zondag 31 mei 2015

Buddyzorg: een zorg minder


Al een paar jaar wilde ik iets extra’s doen naast mijn werk. Ik wist alleen nog niet precies wat. Op het regionale nieuws hoorde ik een aantal vrijwilligers praten over buddyzorg. Dat heeft mij geïnspireerd om informatie op te zoeken en een kennismakingsgesprek aan te vragen bij U Centraal. In augustus 2014 was het zover. Ik mocht op gesprek en kreeg zo een beter beeld wat een buddy doet en wat de selectieprocedure inhield. Het enthousiasme bleef. Mijn eigen leven heb ik op orde, ik kan goed luisteren, ik ben integer en betrokken. Ook kan ik hiervoor tijd vrij maken en wil graag iets voor een ander betekenen. Dit kwam voldoende naar voren in het gesprek, want ik mocht de uitgebreide training volgen (zes dagdelen) in november.

Buddy zijn
Buddyzorg is in de jaren zeventig ontwikkeld in Amerika om mensen in het laatste stadium van hun terminale ziekte door aids of kanker te ondersteunen via een vrijwilliger. In 1984 is het eerste buddyproject in Nederland opgezet. Als buddy biedt je sociaal-emotionele steun. Je loopt met iemand met een ernstige chronische en/of levensbedreigende ziekte mee in zijn of haar leven gedurende een kwetsbare periode. Je luistert, denkt mee, praat samen, helpt bij het regelen en uitzoeken van zaken of zoekt samen afleiding en ontspanning door bijvoorbeeld een wandeling te maken. Als buddy wordt je voor een jaar gekoppeld aan dezelfde cliënt. Je krijgt (gratis) trainingen aangeboden en neemt deel aan intervisie. Ook krijg je een coördinator / begeleider toegewezen waar je altijd met je vragen terecht kunt. Tegen het eind van het jaar wordt het contact met de cliënt geëvalueerd.

Goed op weg
Ik had veel vragen. Ik voelde mij onzeker of ik wel genoeg in huis had om een goede buddy te worden. Twijfels of ik die steun genoeg kon bieden en in staat was mijn grenzen goed aan te geven richting de cliënt. Tijdens de training werd veel aandacht besteed aan je eigen motivatie en eigenbelang. Ook werd er uitgebreid stil gestaan bij grenzen aangeven, verlies en rouw en andere psychosociale aspecten van ernstige ziekten. Ik kon al mijn vragen stellen aan de trainers en twee zeer ervaren buddy’s. Een rollenspel stond ook nog op de agenda. Ik werd via een ‘spel’ geconfronteerd met mijn eigen angsten, zoals het verliezen van mijn onafhankelijkheid en mijn dierbaren. Dat kwam wel binnen bij mij. Het is zo vanzelfsprekend dat ik alles zelf kan doen, gezond ben en mijn partner, vrienden en moeder in mijn leven heb. Gelukkig werden deze zware onderwerpen afgewisseld met luchtige thema’, zoals een workshop verplaatsingstechnieken op basis van haptonomie.

Starten of stoppen
De training werd succesvol afgerond. Alles was besproken en geëvalueerd. Nu was het wachten op een aanbod van U Centraal. Een geschikte cliënt was al snel gevonden. Wat vond ik dit spannend. Ik maakte in december een afspraak voor een kennismakingsgesprek. Het klikte. We zijn nu vijf maanden verder en zie hem elke week. 
 Ik voel mij gesteund door deel te nemen aan intervisie. Ik tref het met mijn enthousiaste en betrokken intervisiebegeleidster. Ik leer ook veel van de andere deelnemers. Hun ervaringen en de dingen waar zij tegen aan lopen in hun contact met de cliënt. 

Het geeft mij voldoening als ik weet dat mijn bezoek er toe doet. Soms twijfel ik of ik genoeg doe en voldoe aan zijn hulpvraag. Als hij mij enthousiast uitzwaait als ik naar mijn auto loop, voelt het goed. Er zijn is soms ook al goed genoeg.

Belangstelling voor organisatie




1 opmerking:

  1. Mooi stukje Conny. Leuk om over je vrijwilligerswerk te lezen.

    BeantwoordenVerwijderen